Evacuatie uit Leutmannsdorf

Leutmannsdorf was een dorpje in Silezië. Ooit Duits gebied maar sinds de Tweede Wereldoorlog is het in Poolse handen. Het plaatsje gaat tegenwoordig door het leven als Lutomia. Net als alle andere plaatsen in de omgeving zijn de Duitse namen van vroeger vervangen door een Pools equivalent.

In Leutmannsdorf leidde dit tot ongerustheid, temeer daar vrijwel dagelijks groepen vluchtelingen door het dorp trokken, op de vlucht voor de Russen. Ze vertelden enge verhalen over het gedrag van de Russen. Op 1 februari 1945 was vanaf de noordkant van het dorp een vreemd schouwspel te zien. Boven de regionale hoofdstand Schweidnitz hingen kleine stipjes, die al snel herkend werden als zijnde vliegtuigen. Op een gegeven moment leek het wel of uit die stipjes een stofwolkje kwam. De mensen stonden er een beetje verdwaasd naar te kijken, totdat iemand riep "Dat zijn bommen". De paniek sloeg toe en het hele gezelschap verschool zich in de kelders van de melkfabriek van meneer Sauer. Achteraf bezien niet zo'n slimme zet, want als de vliegtuigen ook Leutmannsdorf hadden gebombardeerd, zou niemand levend naar boven zijn gekomen.

Twee dagen later werd Schweidnitz voor de tweede keer gebombardeerd en dat zorgde in het dorp voor de nodige nieuwe opwinding. De mensen spraken bijna over niets anders meer en de hoofdvraag was: "wat gaan we doen"? Blijven of vluchten, en zo ja waarheen dan?

De verhalen van de vluchtelingen over de Russen deden de situatie geen goed. Het ging om verkrachtingen, standrechtelijke executies, mishandelingen, brandstichting, kwellen van dieren en meer.

Hoe langer de mensen er over spraken, des te meer ging het sentiment in de richting van vluchten! Maar op landelijk niveau gebeurde er ook het een en ander. De Deutsche Reichsbahn Gesellschaft (DRG) had opdracht gekregen dat geen spoorwegspullen in handen van de Russen mochten vallen. Loks, wagons en dergelijke moesten naar het westen worden vervoerd of worden vernietigd. De Der Ortsgruppenleiter van Leutmannsdorf (zeg maar de door de NSDAP aangestelde burgemeester) had lucht gekregen van die bevelen en zag het als een prima kans om de inwoners te evacueren.

Groen is de spoorlijn, de oranje lijn is de route die per paard en wagen werd afgelegd.

Het werd besloten dat alle vrouwen en kinderen zouden vertrekken. De mannen kregen de keus: meegaan of blijven. Enkelen hebben dat inderdaad gedaan, zoals de bakker en de apotheker. In de vroege ochtend van 12 februari 1945 vertrok een bont gezelschap. Vrouwen, kinderen en een paar mannen werden met paard en wagen naar het station van Faulbrück getransporteerd, Hoewel 'station' misschien een beetje te veel gezegd was. Het ging slechts om een stopplaats, waar post en heel af en toe een passagier werd afgezet.

De mensen zagen een lange rij wagons van de DRG, getrokken door een grote stoomlocomotief. Er was geprobeerd om zoveel mogelijk personenwagons tot een trein samen te stellen. Alle inwoners mochten 50 kilo bagage meenemen, zodat de trein niet te zwaar beladen zou zijn. Toch bleek de enkele loc niet de hele trein voor te kunnen trekken, zeker niet als er een heuvel genomen moest worden. De omgeving was inderdaad heuvelachtig, een vlak stuk was een zeldzaakheid. Vandaar dat werd besloten om de trein in tweën te splitsen. Steeds zou een helft een eind worden voortgetrokken, waarna de loc weer terugging om de andere helft op te halen. Dat herhaalde zich steeds weer.

Er volgde een haast eindeloze serie van rijden – wachten- rijden – wachten, want iedere keer moest de lok weer af en aangekoppeld worden.

De trein begon te rijden, in de richting van Reichenbach en van daar uit verder naar het zuiden. Later bleek, dat dit een zeer fortuinlijke beslissing was geweest. Zou de trein namelijk de andere kant op zijn gereden, dan was het hele gezelschap zo in het bombardement op Dresden terechtgekomen. De zuidelijke route bleek dus van vitaal belang.

Een opmerking: hoewel het oorlog was, konden de treinen normaal rijden. Overal waren kolen en water te krijgen en ook onderhoudsmiddelen (voornamelijk smeer en vet) waren nog in overvloed voorhanden.

Vanaf Reichenbach reed de trein naar Tsjechië, waar ook weer heen en weer werd gereden, langs Praag en Pilsen. In Praag moest het gezelschap twee dagen wachten. Het was niet duidelijk waarom, maar na afloop van die twee dagen moest worden overgestapt in een andere trein. Na nog weer een aantal dagen sporen werd Cheb bereikt, het grensstation met Beieren. In Beieren voerde de reis naar Wunsiedel, het voorlopige eindpunt.

Vanuit Wunsidel werden de passagiers verdeeld over stadjes en dorpen in de buurt . Zo kwam een deel van de inwoners van Leutmannsdorf terecht in Thiersheim, een ander deel belandde in Thierstein. Onderdak werd gevonden in boerderijen die ruimte genoeg hadden om de evacués op te nemen.