Genealogisch huzarenstukje

Gisteren, 4 mei 2013, is het eerste exemplaar van het herinneringsboek over de verdwenen onderzeeboot O13 tijdens een plechtigheid in Den Helder overhandigd aan oud-premier Piet de Jong. De O13 was verdwenen, met de volledige bemanning van 34 koppen. De Marine bleef echter op zoek naar het wrak van de O13, tot nu toe zonder succes. Nu is er dan wel een herdenkingsboek, waarvoor het genealogische spitwerk is gedaan door Ludmilla van Santen. Reden om eens nader met haar kennis te maken en te vragen hoe ze het boekproject heeft ervaren.

Op de foto vlnr: Ludmilla van Santen,  Rob van der Doe, de grafisch ontwerper van de binnenkant en zijn echtgenote Jantine Jimmink.

De Jong, zelf ook werkzaam geweest bij de marine, is met zijn 98 jaar de oudste nog levende minister-president van Nederland. Hij studeerde als adelborst aan het Koninklijk Instituut voor de Marine in Den Helder, waarna hij werkzaam was bij de onderzeedienst van de Koninklijke Marine. Op 13 mei 1940 vertrok hij met Hr. Ms. O24 naar Engeland.
De Hr. Ms. O13 patrouilleerde tijdens de Duitse aanval op Nederland in 1940 voor de Nederlandse kust en werd daarbij meermaals aangevallen door Duitse vliegtuigen. Tijdens de evacuatie van Duinkerken en Bordeaux patrouilleerde de O13 in het Kanaal. Na de val van Frankrijk werd Portsmouth niet langer meer als veilig beschouwd; daarom werd O13 samen met de andere Nederlandse onderzeeboten O20, de O21, de O23 en de O24 overgeplaatst naar de tijdelijke haven in het Schotse Dundee. Van daaruit Dundee voerde de O13 patrouilles uit op de Atlantische Oceaan en de Noordzee. Op 20 juni 1940 werd O13 terug verwacht van een van haar patrouilles. Toen op 21 juni de O13 nog niet terug was, werd ze als vermist vermeld. Het schip is “Still on Patrol”, zoals dat heet.

Hoe kwam je zo bij Still on Patrol terecht?
Ik zag medio december 2012 de website www.stillonpatrol.nl op de nominatie staan voor de Geschiedenisonlineprijs, met een oproep omdat van een aantal slachtoffers geen gegevens bekend waren. Ook waren er geen nabestaanden meer. Ik heb de makers van de website benaderd met de vraag of ik ze ergens mee kon helpen. (vanuit mijn ervaring zoeken naar nabestaanden slachtoffers West-Betuwe)

Hoeveel uur heb je erin gestopt?
Na het eerste gesprek ben ik er bij wijze van spreken dag en nacht mee bezig geweest. Het is moeilijk om een exact aantal uren te noemen. Het houdt je bezig en je gaat net zo lang door, totdat je alle denkbare bronnen hebt geraadpleegd. Terug naar 1700 is eenvoudiger dan vanaf 1940 naar nu. Veel gegevens zijn niet openbaar vanwege de wet op de privacy. Zo breed mogelijk zoeken dus, met ooms en tantes, aangetrouwde familie. Dit ging veel verder dan stamboomonderzoek
Nadat er zoveel materiaal was en niet voor de documentaire gebruikt kon worden, heb ik het voorstel gedaan om er een herinneringsboek van te maken. Daar kwamen meer uren bij. eind maart kwam de beslissing, het boek komt er maar het moet wèl op 4 mei klaar zijn. Dat gaf extra druk maar met de goede samenwerking is het gelukt.

Wat voor onderzoek was het precies
De documentairemakers waren al anderhalf jaar bezig. Ze hadden een lijst namen gekregen van het Comité nabestaanden onderzeeboten 1940-1945. Die opsomming was verouderd en er stonden circa 40 namen op. Na hun onderzoek is dat uitgebreid tot 60. Er is begonnen met acht slachtoffers, in principe ging het om het zoeken naar nabestaanden. Volgens het principe drie generaties terug in de tijd om de drie generaties daarna te vinden. Er kwamen steeds meer zoektochten bij en uiteindelijk zijn van alle 34 slachtoffers de nabestaanden gevonden. En belangrijk: er zijn foto’s van alle bemanningsleden gevonden, waardoor ze een gezicht kregen.

Welke bronnen heb je geraadpleegd?
Als eerste de overlijdensaktes, die in de jaren 1948/1949 zijn opgemaakt. Daarin staan de namen van ouders/partner. Dan naar geboortegegevens zoeken, die had Marine niet compleet. En dan begint het pas, de zoektocht voerde langs: Persoonskaarten, de website Wiewaswie.nl, historische kranten bij de Koninklijke Bibliotheek, familieadvertenties bij het Centraal Bureau voor Genealogie, regionale archieven zoals Alkmaar, historische vereniging Den Helder, Nationaal Archief, bronnen bij Rode Kruis afdeling oorlogsnazorg. De auteur had de contacten met NIOD en NIMH en Marine.

Heb je er dingen van geleerd?
Voor ik hieraan begon wist ik niets over de Marine of de onderzeedienst of het begin van de oorlog . Den Helder is de zwaarst getroffen stad geweest. Behalve de O13 (die archiefmap was niet in NA) heb ik ook gekeken naar O10, O12, O14… om te kijken of daar wel info in zat die betrekking had op O13. Inmiddels weet ik wie de commandanten waren op de andere boten, hoe het toeging in Engeland en Schotland nadat de boten Nederland moesten verlaten.
De meeste indruk hebben de verhalen van de nabestaanden achtergelaten, hun verdriet hun hele leven meegedragen, het gemis van een lichaam, geen graf, alles komt heel mooi uit in dit boek.

Als mensen het boek willen kopen, waar moeten ze dan zijn?
Ze kunnen terecht op een speciale website, waar ook een bestelformulier staat. De uitgave kost € 29,95 en de verzendkosten bedragen € 5,50.
 

Veel informatie heeft in de krant gestaan en gelukkig zijn die dag- en weekbladen uit de stoffige archieven gehaald en gescand, zodat ze weer te zien zijn. Vanuit de luie stoel kan iedereen zo kennis nemen van de nieuwsfeite van toen.

In de Oost was de tewaterlating van een nieuwe onderzeeër ook nieuws. De Sumatra Post van 23 april 1931 beschreef het zo:
Via:
Koninklijke Bibliotheek