Zoeken naar veldwachters

 

Wanneer een van de voorvaderen ooit veldwachter is geweest, is een bezoekje aan het Nationaal Archief in Den Haag aan te bevelen. Daar hebben ze namelijk de archieven van het Ministerie van Justitie, zeg maar de "baas" van de rijkspolitie en de veldwachterij.
Het is in principe mogelijk om de hele carrière van een veldwachter te reconstrueren, maar dat kost wel de nodige tijd, vooral wanneer een loopbaan tien, twintig of soms wel dertig jaar of langer duurde. Ik spreek uit ervaring, namelijk.

Hoe weet je dat iemand een veldwachter is geweest?
Dat kan blijken uit overleveringen binnen de familie,
omdat er in een fotoalbum een kiekje van opa in uniform zit, of
omdat zijn beroep is ingevuld op een aangifte van geboorte of
omdat het beroep wordt aangegeven op een huwelijksakte.

In de laatste twee gevallen zijn de meeste gegevens bekend, namelijk de plaats waar het beroep werd uitgeoefend en het jaartal. Let wel op dat er 'veldwachter' of 'rijksveldwachter' staat en geen 'bediende van policie', want dan gaat het doorgaans om een lid van de gemeentepolitie en daarvan is in het Nationaal Archief eigenlijk niets terug te vinden. Hieronder een voorbeeld van een geboorteakte. Het gaat om mijn grootvader en toen hij geboren werd, was zijn vader politiebediende in het Friese Burgwerd.

Het wordt een beetje ingewikkeld, want hoewel overopa als agent van politie te boek staat, was hij tevens een onbezoldigd rijksveldwachter. Dat gebeurde vaak, om de agent in staat te stellen buiten de gemeentegrenzen te opereren. Een gewone diender mocht namelijk maar tot de grens gemeente een boef achtervolgen. Wist deze laatste over de grenslijn te stappen dan kon hij rustig blijven staan en de wetsdienaar ter plaatse staan uitlachen.

De zoektocht
De gegevens van rijksveldwachters werden bijgehouden door het ministerie van Justitie, waarbij de documenten over de jaren heen steeds bij andere afdelingen terecht kwamen. Iets om terdege rekening mee te houden. Bij het NA zijn de papieren opgeborgen onder een aantal toegangen, namelijk:

2.09.01    Ministerie van Justitie 1813 - 1876
2.09.05    Ministerie van Justitie 1876 - 1914
2.09.22    Ministerie van Justitie 1915 - 1955 (beperkt openbaar)

De zoektocht lijkt wel wat op een drietrapsraket. Begonnen moet worden met te kijken in de zogeheten klapper, daarna de index en vervolgens de verbalen. De gegevens zijn gegroepeerd per kalenderjaar.
De klapper is een fors boekwerk (dat makkelijk 5 kilo of meer kan wegen) waarin een alfabetisch overzicht wordt gegeven van personen, zaken en plaatsnamen. Vindt u een bekende naam in dit boek, noteer dan de gegevens die daar achter staan, bijvoorbeeld "Jagt en Visscherij, kleeding" of "Onbezoldigde Rijksveldwacht, Varia", gevolgd door een nummer.

Met die gegevens kan de index worden geraadpleegd, een zo mogelijk nog dikker boek met een dan ook navenant groot gewicht. Het archief heeft de beschikking over een tafel met wieltjes om het boek van de balie naar de tafel te rijden. Zoek in de index de rubriek die in de klapper werd genoemd en ga dan naar het vermelde volgnummer. Op die plaats staat een lijst met data en nummers, bijvoorbeeld:

April 10, 15  of
April 30, 147

Dit brengt ons weer een stapje dichterbij ons doel, namelijk feitelijke informatie over onze veldwachtende voorvader. Voor de nummers geldt een ruwe vuistregel, namelijk kleiner dan 100 is een zogeheten exhibitum-nummer en groter dan 100 is een dossiernummer. Maar pas op! Het kan in de praktijk heel goed gebeuren dat er exhibita zijn met een nummer dat groter is dan 100, de uitzondering die de regel bevestigt, zeg maar.

Een voorbeeld:

Dit is exhibitum (bewijsstuk) nummer 79, als zodanig genummerd op 10 november 1908. Ieder binnenkomend stuk werd door het ministerie voorzien van een uniek volgnummer. In de eerdere jaren werd alleen een kader met de tekst EXH op de papieren gezet, later stapte het ministerie over op een stempel met mechaniek waarmee ook de datum gedrukt werd. Het volgnummer werd dan handmatig bijgeschreven. Op de afbeelding staat ook een handgeschreven aanduiding 2c, wat aangeeft dat dit document wordt behandeld door onderafdeling 2c. Deze afdeling van het Ministerie van Justitie ging over de rijksveldwacht, vandaar.

Losse documenten werden ofwel los in de verbaalarchieven opgeborgen, of samen met bijbehorende stukken tot een dossier samengesteld. Zo'n dossier kreeg een voorgedrukte omslag, waarop dossiernummer en de bijbehorende exhibita werden ingevuld. Sommige dossiers bevatten wel honderd afzonderlijke documenten. Een voorbeeld van het omslag van zo'n dossier:

Dit dossier heeft betrekking op de eerder op deze pagina al vermelde benoeming van mijn overgrootvader Jan Annes Hettema tot onbezoldigd rijksveldwachter. Hij was al politiebediende, maar om hem meer wettelijke armslag te geven werd er een rijksveldwachterschap aangevraagd. Het dossier heeft nummer 115 en te zien is dat de ambtelijke molen er vijf dagen over heeft gedaan om alles te verwerken (van 22 tot 27 december). In de rechterbovenhoek is te zien dat de aanvraag op 20 december 1883 is binnengekomen en toen exhibitum-nummer 56 kreeg. 
In 1883 was afdeling 3, zo blijkt, verantwoordelijk voor de Rijksveldwacht, de nummering van de afdelingen binnen het ministerie is enkele malen veranderd. Voorin de toegang (het dikke boek in de kast bij het Nationaal Archief) zit een overzicht van de nummering door de jaren heen.

De derde stap in het zoekproces is het aanvragen van de verbaalarchieven van het ministerie. Het is wellicht slim om een ruime aanvraag te doen. In het geval zoals hierboven niet alleen de verbaalarchieven van december 1883, maar ook die van januari 1884. Het is namelijk geen wet, dat verbalen worden opgeborgen op de dag waarop ze zijn geëxpireerd (afgehandeld). Meestal zitten ze een paar dagen later in de stapel.
Het kan ook gebeuren, dat een besluit van de minister op een latere datum wordt aangevochten of gewijzigd. In dat geval werd het originele dossier uit de opslag gehaald, kreeg het een nieuw EXH-nummer en werd het op de latere datum weer opgeborgen. Wanhoop dus niet meteen als een stuk niet direct te vinden is.

De toegangen van het Nationaal Archief staan helemaal achterin de studiezaal in een lange kast. Elke klapper, index en bundel verbaalarchieven heeft een eigen inventarisnummer. Lijsten daarvan staan in de toegangsmappen. Deze pagina is een aantal jaren geleden gemaakt en toen was het Nationaal Archief nog niet echt aanwezig op internet. Nu is er meer online beschikbaar, maar sommige formulieren zijn toch echt alleen maar op studiezaal in Den Haag te bekijken.

Het reconstrueren van iemands loopbaan bij de Rijksveldwacht is een tijdrovende aangelegenheid. Voor ieder jaar dat de betrokkene in dienst was moet namelijk de hiervoor beschreven procedure worden doorlopen. Bij een carrière van dertig jaar betekent dat dertig klappers en dertig indexen. En dan kan het nog gebeuren dat er meer dan een gebeurtenis was in zo'n jaar. Bijvoorbeeld het krijgen van een bonus, een wisseling van standplaats of de verstrekking van een extra uitrustingstuk. In het laatste geval ging het meestal om warme kleding, zoals een overjas, die het Rijk bij voorkeur liet maken door het atelier van een gevangenis. Dat werd waarschijnlijk een aardige extra straf gevonden.

counter